20 april 2020

Treinreis in coronatijden

Geschreven door Marian van Caspel - van Til
Inspiratie Foto: iStock Treinreis in coronatijden

Ik zit in de trein, in de stiltecoupé. Normaal ga ik daar nooit zitten, omdat ik er bloednerveus van word. Er is altijd wel iemand die toch praat en dan raak ik in conflict met mezelf: zal ik er wat van zeggen of niet, zal iemand anders er wat van zeggen? In plaats van de gezochte rust ben ik in een mum van tijd slachtoffer van een grote innerlijke onrust. Nee, dan liever de gewone coupé waar ik me het geroezemoes van de mensen om me heen graag laat aanleunen.

Maar nu maakt het niet uit. Ik kom terug van een dag bij mijn ouders. Ze zijn tegen de negentig, wonen nog zelfstandig en hebben de hulp van mij, mijn broers en zus hard nodig. Het is geen straf naar hen toe te gaan. Het doorbreekt het isolement waar ik nu, zoals iedereen, in zit. Fijn even tegen echte mensen aanpraten. Met mijn vouwfiets ben ik van het dorp waar zij wonen naar station Leiden gefietst. Onderweg heb ik het bronzen beeld van ‘de landman’, die tegenwoordig een mondkapje draagt, gegroet en bij het invallende duister genoten van het gefluit van vogels dat in de avondstilte van de deftige straten oorverdovend hard klinkt. Coronatijden beginnen al te wennen.

De landman van Hans Bayens (1973)

Elke keer als ik de trein van Leiden naar Utrecht neem heb ik het gevoel dat ik de enige passagier ben. Ik zie helemaal niemand. Als ik geluk heb komt de conducteur een keer langs. Als er dan in Utrecht toch een man of tien, twintig uitstappen ben ik bijna verbaasd.

Ik lees wat en mijmer na over de dag bij mijn ouders. De stilte in de coupé wordt doorbroken door de conducteur, of eigenlijk, blijkt later, de machinist. Meestal heb ik het niet zo op jolige conducteurs die allerlei onzin omroepen en deel ik stiekem complimentjes uit aan degelijke conducteurs die zich heel zakelijk beperken tot de nodige berichten en dan het liefst zo bondig mogelijk. Maar nu schiet ik, ondanks mezelf, toch in de lach om de stem uit de luidspreker die ‘stationnetje’ Bodegraven aankondigt en acht minuten later stationnetje Woerden, “alwaar wij zullen aankomen op perronnetje 5”. Niemand die last heeft van mijn lachen in deze stiltecoupé. Als we Utrecht binnenrijden bedankt de conductrice de machinist per luidspreker voor de aangename reis en beaam ik volmondig haar boodschap.

Gerelateerd