19 augustus 2025

Lichamelijke eenzaamheid

Geschreven door Marileen Reinders
Inspiratie Japanse brug van Claude Monet Lichamelijke eenzaamheid

Het beeld van Egbert die alleen in dat ziekenhuisbed ligt in het verzorgingshuis laat me niet meer los. Eerder die dag had ik een onaangekondigd bezoek gebracht aan Helga, de echtgenote van Egbert. Op dat moment was ik nog in de veronderstelling dat ik een bezoek zou brengen aan Helga en Egbert. Ik kom op het juiste moment, zegt ze. Ze vertelt direct dat ze 4 dagen daarvoor een appartement heeft gekocht. “En Egbert is al weg.” Ze verduidelijkt dat Egbert is opgenomen in een verzorgingstehuis. Het appartement is tegenover het verzorgingshuis waar haar echtgenoot nu verblijft. Hun leefwerelden zijn dan “slechts” door een weg gescheiden. 

Fysieke nabijheid 

Helga en ik praten uitgebreid bij. Gisteren was ze nog op bezoek geweest bij Egbert. Morgen gaat ze weer. Dan met een bevriend echtpaar om met zijn vieren het 64ste huwelijksfeest van haar en Egbert in het verzorgingshuis te vieren. De laatste 10 jaar heeft zij Egbert thuis verzorgd maar dat ging niet meer. Pas veel later is bij hem dementie geconstateerd. Ik geef aan dat ik Egbert nog graag aansluitend wil bezoeken. Helga vertelt me nog dat Egbert erg knuffelig is. Bij haar zoekt hij steeds de fysieke nabijheid op. De verzorgers geeft hij steeds kusjes op hun handen. 

Ongekende geborgenheid 

Als ik de gang in loop zit Egbert daar in zijn rolstoel. Hij moet huilen en buigt zijn hoofd naar beneden. Ik kom op hem af en omhels hem. Ook ik kan het niet droog houden. Zeg, dat ik het fijn vind hem te zien. Ja, zegt hij “Marileen, dat meisje uit Dieren.” Ja, inderdaad, ik ben bevriend met hun zoon vanaf de middelbare school en toen kwam ik nog uit Dieren. Nu al weer lange tijd uit Utrecht. Ook destijds al kwam ik bij hen thuis en daarna als ik op hun huis en hondjes paste. Egberts omhelzingen en aanrakingen staan mij nog steeds bij en gaven mij een ongekend gevoel van geborgenheid omdat ik dit van huis uit niet kende. Zo ging hij ook met zijn eigen kinderen om. Nadat Helga mij vertelde dat Egbert erg knuffelig is, vertel ik haar nog dat ik Egbert niet anders ken. 

De rollen zijn omgedraaid 

Egbert wordt ondertussen naar zijn kamer gereden en in bed gelegd. Hij kan niet meer opzitten. Ik zit naast zijn bed op de rollator wat maakt dat ik op gelijke ooghoogte ben. “Nee, ik herken je toch niet”, zegt hij mij aankijkend. Hij barst weer in huilen uit en keert zich naar de muur. Hij is te moe en het bezoek is te kort om door te vragen waar hij precies om huilt. Ik streel hem over zijn schouder en op de plek waar zijn arm onder het dekbed ligt. Ik zeg hem dat hij en Helga zo belangrijk voor mij zijn geweest. “Oh ja?” Ik leg hem uit waarom. Ik kijk naar de foto’s van Helga naast zijn bed. “Wat een mooie foto’s van Helga he.” “Ja, ik hou zo veel van haar.” De nadruk ligt op zo en haar. 

Gebrek aan fysieke nabijheid 

Bij ons afscheid lacht Egbert en zie ik ook zijn ogen lachen, hoe diep de blik ook ligt en hoe blurry zijn oogopslag ook is. Ik fiets weer verder en het beeld van Egbert alleen in zijn ziekenhuisbed doemt steeds weer op. Hoe kan het zijn dat twee echtelieden die het bed en elkaars fysieke nabijheid bijna 64 jaar met elkaar hebben gedeeld nu op brute wijze zijn gescheiden? Is het fysieke contact van huid op huid, de lichamen tegen elkaar gevleid niet de meest ultieme vorm van genegenheid, nabijheid en geborgenheid? En zou het niet zo zijn dat juist als je dementeert en de woorden wellicht niet meer gevonden worden om wat in je omgaat tot uitdrukking te brengen deze fysieke nabijheid juist in belang toeneemt? Ik lees over eenzaamheid en dat dit fysieke klachten en fysieke pijn kan veroorzaken. Er wordt dan gedoeld op het gebrek aan sociale contacten. Lichamelijke eenzaamheid komt niet in het gangbare narratief voor. Wel ken ik de beelden van een jong aapje dat alleen in een kooi opgroeit met slechts een melkfles omwikkeld met een vachtje als metgezel. Deze apen kunnen vervolgens niet meer socialiseren. Het belang van fysieke aanraking van baby’s is al algemeen bekend. Kan het ook zijn dat het gebrek aan fysieke nabijheid tot eenzaamheid kan leiden? Deze vraag wordt gek genoeg niet gesteld. 

Eenpersoons ziekenhuisbed 

Ook mijn partner is dementerend. Een paar weken geleden, in bed liggend met onze gezichten naar elkaar toegewend zegt hij: “ik ben zo verliefd op jou.” Soms beangstigt mij onze toekomst. Wat als……Ik troost mij met de gedachte dat ik zeker bij mijn partner in bed zal kruipen en mij tegen hem aan zal vlijen mocht hij ook ooit opgenomen moeten worden en veroordeeld tot een eenpersoons ziekenhuisbed. Ondertussen genieten we nog van elkaars nabijheid en ons teckeltje Brechtje dat zich naadloos tegen onze benen aanvlijt. Ik vermoed dat een snoezelruimte niet in de behoefte van fysieke nabijheid van teckel Brechtje zal kunnen voorzien. Ik vermoed ook niet van de oudere en afhankelijke mens.

Gerelateerd