2 april 2026

Kleine pelgrimage naar Friesland

Geschreven door Marian Kuijs
Inspiratie Marian Kuijs Kleine pelgrimage naar Friesland

Begin maart ben ik op de fiets gestapt voor een kleine pelgrimage. Op 1 februari was ik gestopt met werken en na alle afscheidsfeesten was het voor mij nu tijd om de overgang te maken en op zoek te gaan naar de betekenis van de nieuwe levensfase die voor me ligt.

Wat roept mij?

De vraag waarmee ik op de fiets stapte was: ‘Wat roept mij in de komende tijd?’ De zondag daarvoor ging de preek van Marthe over Sint Gertrudis, de naamgeefster van onze kerk. Nieuwsgierig naar de inspiratie die zij wellicht te bieden had, ben ik onderweg over haar gaan lezen. Maar ja, net zoals veel andere vroege heiligen leefde zij erg ascetisch. In zo’n leven van boetedoening en ontkenning van het lichamelijke kan ik me slecht vinden. Gertrudis ging mij, met alle respect, op dat moment niet helpen om mijn roeping te vinden. Dus heb ik haar al snel ergens langs de Vecht achtergelaten.

Langs diezelfde Vecht, door Flevoland, via Urk en Lemmer ben ik in die week dat het zulk mooi weer was met de wind in de rug naar Friesland gereden. Ik was blij om de vrijheid te voelen en heb iedereen die ik onderweg tegenkwam gegroet. Er kwamen veel vrolijke groeten terug. Onderweg heb ik geluisterd of iets mij riep maar nee, het bleef stil.

Wit bruggetje

Na omzwervingen langs Sneek, Franeker en Leeuwarden kwam ik aan in Hilaard, in klooster Westerhús, dat bij Nijkleaster hoort. In het klooster gaat het over stilte, bezinning en verbinding. Ik kom er vaker en iedere keer word ik er geraakt door de eenvoud en het hartelijke welkom. Ook nu weer was het erg fijn om de bewoners en de gasten van die week te ontmoeten.

Op donderdagavond was er een viering en maaltijd in de kerk van Jorwert die in het teken stond van de vastentijd. Samen met een andere gast in het klooster was ik van it Westerhús naar de kerk gelopen, me wel bewust van het feit dat we ’s avonds in het donker door de weilanden terug zouden moeten lopen. Ik wist de weg niet precies en ik zie niet goed in het donker maar mijn medegast was vol vertrouwen dat het goed zou komen. Na afloop van de maaltijd stapten wij naar buiten. Tot halverwege over een betonpad, niets aan de hand. Toen het donkere weiland in. Stevig gearmd zochten wij een weg tussen slootkant en plassen door, sporen en hobbels in het land ontwijkend. Ik vroeg: ‘Waar moeten we nu heen?’ en mijn reisgenote zei: ‘We lopen steeds naar het dichtstbijzijnde witte bruggetje’. En inderdaad, steeds doemde een wit bruggetje op uit het donker en wisten we weer hoe we verder moesten. Uiteindelijk stapten we door het laatste hek de toegangsweg van het klooster op, met de modder tot aan onze kuiten maar dat was niet erg. Ik was een stoere ervaring én een levensles wijzer.

In mezelf glimlachend heb ik gevonden wat mij voor nu roept: het plezier om anderen met open handen tegemoet te treden en het vertrouwen dat er steeds weer een wit bruggetje opdoemt.

Gerelateerd