Wat herdenken we eigenlijk op 4 mei?
Geschreven door Jaap MarinusSoms zijn er van die films die als een soort morele APK boven je hoofd blijven hangen. Je weet dat je ze ooit moet zien, maar het juiste moment glipt telkens weg. Voor mij waren dat The Godfather en Schindler’s List. Twee titels die al decennia door cafés, keukentafels en familieverhalen zwerven. Mijn opa sprak ooit over dat paardenhoofd alsof het een nationaal trauma was. Ik keek The Godfather pas vorig jaar en voelde vooral hoe afgestompt mijn ogen inmiddels zijn door alles wat er sindsdien aan geweld voorbij is gekomen.
En toen kwam Schindler’s List. Per toe-val overigens. Dankzij een proefabonnement dat mijn zesjarige zoon in al zijn onschuld per ongeluk had geactiveerd. Eind april stond de film ineens voor mijn neus, alsof hij zelf wist dat het tijd was. Een film ook, die de regisseur Spielberg nooit teruggekeken schijnt te hebben, omdat het voor hem te heftig was.
Miljoenen verhalen
Ik keek. En ik merkte dat ik, ondanks alle boeken en beelden die ik al kende, opnieuw werd stilgezet. En dat was niet door de gruwel op zich. Ook die is weerzinwekkend, maar er gebeurde iets anders in en met mij. Zoals het dat eigenlijk altijd doet als het om de Tweede Wereldoorlog gaat. Een buikpijn die verder gaat dan alleen de zes miljoen slachtoffers van een gruwelijk systematische genocide. Die zat misschien wel in de vraag die je liever niet stelt: wat had ik gedaan?
De afgelopen jaren las ik de boeken van Victor Frankl en Edith Eger (die afgelopen maandag op 98-jarige leeftijd overleed). Ik zag de oude zwart-witbeelden uit Neurenberg. Ik herinnerde me hoe ik in groep 8 voor het eerst Het Achterhuis zag en niet begreep hoe de mensheid, ook in Nederland, zo kon ontsporen. En telkens weer dat besef dat er nog miljoenen verhalen zijn die nooit verteld zijn. Een mensenleven is te kort om ze allemaal te dragen.
Holocaust
Afgelopen zondag stond in het oecumenisch leesrooster de mogelijkheid om Genesis 22 te lezen: Abraham die zijn zoon moet offeren. Een tekst die schuurt en blijft schuren. Een verhaal ook, dat je misschien liever weglegt, maar dat toch blijft liggen. En ik dacht: hoe toevallig is het dat juist deze lezing opduikt terwijl Schindler’s List nog nagloeit. Een tekst over een brandoffer, de vertaling van het woord dat uit het Oudgrieks is afgeleid: holocaust.
We leven in een tijd waarin herdenken steeds breder wordt opgevat. Andere oorlogen. Persoonlijke verliezen. Iedereen zoekt zijn eigen plek in die twee minuten stilte. En dat mag. Vrijheid van geweten is misschien wel het mooiste dat we hebben. Maar ik merkte dit jaar dat ik het woord Dodenherdenking eigenlijk niet meer vind passen bij wat er in mij gebeurt. Ik herdenk geen doden. Ik kende er geen één. Nee, ik denk terug aan de Tweede Wereldoorlog.
Dit nooit weer
Het gaat om de schrik die bij mij even opleeft op 4 mei. De verbazing en verwarring over de menselijke mogelijkheid tot kwaad. De machine die ooit zo soepel draaide dat miljoenen mensen in vijf jaar tijd werden weggevaagd. Ik herdenk de vraag die zich opdringt: welke rol had ik gespeeld? Waarom zijn mensen tot zulk kwaad in staat? Wanneer is deze zwarte bladzijde zo ver weggezonken dat we opnieuw miljoenen medemensen als ongedierte gaan beschouwen?
En misschien is dat wel de kern van 4 mei. Het verleden kunnen we niet veranderen, maar de duisternis die zich bijna 90 jaar geleden voltrok, mag ons een spiegel voorhouden. De films, de boeken, de verhalen die blijven fluisteren: kijk goed. Kijk niet weg, blijf kijken. Zodat we ieder jaar opnieuw kunnen zeggen: dit nooit weer.

