Schoon schip
Geschreven door Dieuwke Piebenga en Rien WesselingNa het overlijden van ouders komt het moment dat hun huishouden moet worden opgeruimd / opgebroken. Soms snel, omdat de verhuurder nieuwe bewoners verwelkomt. Soms langzaam, omdat er nog geen nieuwe kopers op de stoep staan.
Weg
Hoe dan ook je ontkomt er niet aan om iets te doen met spullen die je vertrouwd zijn, maar waarvan je ook denkt “wat moet ik ermee?”. Een eerste schifting is snel gemaakt. Bankafschriften van jaren her, verdwijnen met stapels tegelijk in de papiercontainer. Oud glaswerk in de container ernaast. Waarbij een toevallige passant een vaas redt van destructie omdat zij die wél mooi vindt. Zakken vol heel, heel, oude kleding worden met geweld de textielcontainer ingeduwd. Dat ruimt op.
Maar de zolder is nog niet leeg, zo ook de berging en de schuur. Een vuilcontainer verschijnt voor de deur. Ongezien zaken weggooien is lastig. Dus dozen en zakken worden geopend. Soms een dierbare ontdekking. Eerste paren kinderschoenen bij de schoenpoetsspullen. Wachtend op een nieuwe poetsbeurt? Of altijd in het zicht als herinnering aan een dierbare tijd. We weten het niet.
Een tweede leven
Spullen worden verdeeld over kinderen en kleinkinderen. Bijzonder om te zien dat hobby’s of interesses soms een generatie overslaan. Of meubels die worden opgeknapt en aan een nieuw leven beginnen in jonge huishoudens.
Veilinghuizen en kringloopwinkels doen hun ronde door de spullen. Ook die treffen genoeg van hun gading. Stapels kledinghangers blijken toch van pas te komen. Er ontstaan warempel kamers die leeg zijn.
Toch nog even bewaren
Wat eindelijk overblijft zijn fotoboeken en dia’s. Die wegdoen is lastig. Te vroeg om afscheid van te nemen. Ook al was je er niet bij. Een tastbaar bewijs van levens die ooit waren. Van reizen die ooit gemaakt werden. Laten we die maar meenemen naar huis. Wegdoen kan altijd nog. Loslaten wat is geweest hoeft niet in één keer.
