Moed opbrengen
Geschreven door Jan Mulock HouwerOp de boekentafel in de Geertekerk liggen ondermeer boeken van en over Simone Weil en soms ook over Etty Hillesum en van Mariann Budde. In remonstrantse kring kwamen die heldinnen recent ook aan de orde in de Arminiuskerk in Rotterdam, terwijl hier in de Geertekerk in leesgroepen aandacht werd besteed aan Mariann Budde’s boek ‘Durf moedig te zijn’ (2025). Ter zelfder tijd verscheen over deze denkers en de Amerikaanse auteur James Baldwin (1924-1987) een essay van de hand van Bregje Hofstede in De Correspondent. In al deze gevallen ging het over de moed om op te staan tegenover het allerwegen oprukkende fascisme en hoe daartegen in verzet te gaan.
Schijnzekerheden
In deze tijden van onzekerheid zien zowel religieuzen als rechtsradicalen het belang van een mystieke, metafysische voedingsbodem. Maar hun interpretaties daarvan zijn totaal verschillend. Volgens Hofstede proberen rechtsradicalen met behulp van quasireligieuze retoriek, ideeën en mystiek, met schijnzekerheden te voorzien in de tegenwoordig vaak gevoelde existentiële leegte. Daarvoor lijken speciaal mensen gevoelig te zijn die niet (meer) op een eigen zingevend referentiekader kunnen terugvallen en zo gemakkelijk vatbaar zijn voor misinformatie en propaganda.
Maar waar de rationele ideologen van seculier progressieve en politiek linkse signatuur terugschrikken voor alles wat spiritueel is, maken rechtsradicalen daar maar al te graag gebruik van, want het heeft, in tegenstelling tot de afstandelijke rationele benadering, het potentieel van enthousiasmering. Hun ideologie komt evenwel neer op uitsluiting en eigen volk (ras, soort, etniciteit, … ) eerst, en gaat lijnrecht in tegen de boodschap van Jezus (later verder uitgedragen door Paulus) voor wie juist, zonder uitzondering, ieder mens voor God gelijk is.
Wat is van waarde?
Waarop kan effectief verzet tegen het oprukkende fascisme gebaseerd zijn? Hofstede brengt in dit verband de morele herbewapening van weleer in herinnering. Rutger Bregman spreekt in een recente publicatie (2025) van morele revolutie. En niet lang geleden stelde Hartmut Rosa dat de huidige democratie om religie vraagt (2022). In al deze gevallen begint het verzet met een innerlijke bewustwording van het individu gevolgd door het initiatief van slechts enkelen wat kan resulteren in grootschalige uitbreiding; en dat zelfs tegen alle verdrukking in. Maar waar Bregman niet verder komt dan wat hij, op basis van liberale waarden, zijn ‘seculiere religie’ noemt, gaan Weil (1943) en Hofstede (2025) veel verder en schuwen daarbij het spirituele niet. Hofstede: ‘Antifascistisch verzet raakt altijd aan de wezenlijke vraag over wat van waarde is, en waarom – en daarom is het noodzakelijkerwijs spiritueel’ en ook ‘hoe kun je je nu schrap zetten zonder spiritueel houvast, zonder metafysische bodem.’
Die metafysische bodem acht Simone Weil onmisbaar als een ‘humuslaag’ voor geestelijke voeding en groei, en haar antwoord op bovengenoemde vraag is eenduidig: dat is in het besef van de waarden waarvoor wij bereid zijn te strijden. Die zijn ethisch, onvoorwaardelijk en niet gebonden aan enig persoon, object of gebeurtenis en daarom universeel. Zij dienen leidend te zijn in de toepassing van onze morele waarden. Want die zijn voorwaardelijk, slechts gebonden aan de feitelijkheid van onze westerse cultuur en daarom niet universeel. Bovendien zijn voor de eerste categorie alle mensen volstrekt gelijk, en voor de tweede ongelijk.
Verlangen naar het goede
Uit die ongelijkheid in capaciteiten komt in onze wereld alle strijd om de macht voort, en wel in de vorm van competitie, dominantie, conflict, oorlog, en, in Weils visie, de tweedeling tussen zij die de dienst uitmaken (de onderdrukkers) en zij die dat ondergaan (de onderdrukten). Het gaat er dus om hoe we met deze ongelijkheden kunnen omgaan zodat voor allen een zinvolle bijdrage aan de samenleving mogelijk wordt. Daarbij geldt voor Weil dat ‘alle mensen absoluut gelijk zijn indien zij gezien kunnen worden als bestaande uit een centraal verlangen naar het goede, gehuld in fysieke en psychische materie’.
In het licht van het bovenstaande ligt híer, mijns inziens, bij uitstek een taak voor de vrijzinnigen: namelijk op te staan tegen het misbruik dat extreemrechts maakt van het christendom; en wel door de boodschap van Jezus over de inclusiviteit van de liefde van God, en de gelijkheid van allen tegenover God, in antwoord op het ‘onuitwisbare zielsverlangen van de mens naar het goede’, overtuigend uit te dragen. Dat vraagt inderdaad om moed. En wij, wanneer zijn wijzélf daartoe bereid? Mariann Budde gaf hierop eenduidig antwoord.
