De kerk als toevluchtsoord tussen de echoputten van links en rechts
Geschreven door Jaap MarinusIn de kerken waar ik als dominee voor mag gaan heerst meestal een wat links klimaat. We zorgen graag goed voor onze schepping, vinden dat we gastvrij moeten zijn naar iedere vreemdeling en zijn voor de gelijkwaardigheid van alle mensen. Dat sluit goed aan op het vrijzinnige gedachtegoed en is meestal een prima combi. Echter groeit de laatste jaren bij mij het ongemak en krijg ik steeds meer het gevoel op eieren te moeten lopen.
“Wij zijn een Groenlinkskerk,” hoorde ik onlangs iemand zeggen. Nu stem ik geen GroenLinks en vraag ik mij af wat ik dan precies doe in zo’n gemeente. Kan ik nu alles nog zeggen en vinden? Wat is er gebeurd met de vrijheid van meningsuiting, van godsdienst en van überhaupt iets mogen vinden? De vraag is ook of ik dat wel wil. Mag ik ook ergens geen mening over hebben en mijzelf neutraal opstellen? Wat is er gebeurd met de scheiding van kerk en staat?
Charlie Kirk en Trump
Charlie Kirk werd doodgeschoten en binnen no-time voelde iedereen de druk om partij te kiezen. “Oh nee, Jaap,” appte een vriend, “dit wordt weer zo’n schreeuwfestijn.” Hij is docent levensbeschouwing op een middelbare school en stond al met de rug tegen de muur: collega’s die zich massaal uitspraken voor Gaza, tegen Trump en nu ook nog dit. Het NOS-frame – Kirk zou zwarte vrouwen als minderwaardig hebben bestempeld – bleek onjuist, maar de rectificatie bood weinig soelaas. “Het kwaad is al geschied,” verzuchtte hij.
Ik vroeg hem: “Waarom móet je iets vinden? Juist in het onderwijs zou neutraliteit nagestreefd moeten worden.” Maar de objectiviteit op zijn school lijkt een illusie. Wie niet meeschreeuwt, staat al snel “aan de verkeerde kant van de geschiedenis”. Mijn eigen kinderen kwamen onlangs thuis van hun basisschool met de mededeling dat Trump een kwaadaardige tiran is.
Scholen, redacties, kerken
Ook in de journalistiek is hoor- en wederhoor sporadisch te noemen. Objectief verslagleggen is les één voor iedere aspirant-journalist, maar in de praktijk zijn reportages over oorlogen of beroemdheden vaak gekleurd. De kant van “de goeden” wordt gekozen om kijkcijfers te scoren, en kritische nuance blijft achterwege.
Emoties op redacties voeren de boventoon. Men huilt en schreeuwt over de koers van onze publieke media. Interviewers worstelen met hun eigen betrokkenheid, verslaggevers met hun verontwaardiging. Zo ontstaat een klimaat waarin een neutraal verslag van een conflict vrijwel ondenkbaar is.
Tegelijk groeit de verzadiging, vooral onder jongeren. De docent levensbeschouwing die steeds móét oordelen, terwijl hij liever ruimte biedt voor eigen denken. Als je niet meeschreeuwt met “dood aan de IDF” of niet denkt dat Kirk zijn eigen lot heeft beslecht, word je al snel weggezet als racist, fascist of erger. Maar zou het als docent, journalist en dominee niet veel beter zijn om geen mening te hebben?
Eenheid in het nodige, vrijheid in het onzekere, in alles de liefde
En natuurlijk mag dat allemaal in ons vrije Nederland. Iedereen mag vinden wat hij of zij vindt en dat ventileren. Geen enkel mens is echter helemaal ongevoelig voor sociale druk, voor een verontwaardigde meerderheid onder collega’s, druk op de werkvloer, bij ouders op het schoolplein of op social media. Je wordt niet gedwongen om op een bepaalde manier te denken, maar soms voelt het wel zo.
Wat als kerken zich losmaken van deze echoputten en weer een rustplaats worden? Een plek waar iedereen welkom is, ongeacht politieke kleur. Waar de eerste steen alleen wordt geworpen door hen die zonder zonde zijn? Laten we eerst de balk in onze eigen ogen zoeken voordat we de splinter van een ander veroordelen. Zo kunnen we eenheid vinden in het noodzakelijke, vrijheid in onze meningsvorming en liefde in alles.

