Moed om te sterven
Geschreven door Marthe de VriesSoms kom ik ze tegen, mensen die in het licht van het einde de dood moedig aanvaarden; die met open vizier de dood tegemoet treden (om in de riddertermen te blijven die het woord ‘moed’ oproept). Het ontroert mij altijd: vaak een ziek iemand, kwetsbaar in lijf en leden, broos, maar in de ogen een durf die dwars door alles heen straalt. Het is geen manhaftigheid, maar eerder een soort rustige kalmte. Het is ook geen berusting. Het is onder ogen zien waar hun levenspad naartoe gaat. Het heeft niets met leeftijd te maken: jonge mensen die terminaal ziek zijn, kunnen dit ook hebben; de moed om die ongelooflijk lastige en verdrietige laatste gang te gaan.
Onder ogen zien
Het doet me ook altijd beseffen dat sterven moed vraagt: de moed om de dood onder ogen te zien, maar ook de moed om op de grens van je leven dat leven onder ogen te zien. Om het verdriet te erkennen dat er was, de pijn die er is geweest. De spijt soms ook, om wat je gedaan en gezegd hebt, of juist hebt nagelaten. Om de liefde die er niet was of die je zelf niet kon geven. De dromen die je koesterde en die niet tot bloei zijn gekomen. De moed om afscheid te nemen, om los te laten: dit hele leven dat je dierbaar was en waar je van genoten hebt, de mensen die zo met jou verweven zijn. Afscheid van je toekomst: nooit meer dit, nooit meer dat… De moed om alleen die onbekende weg te gaan.
Deze moed is niet iets waar je je op voor kunt bereiden, wat je kunt trainen, oefenen. Ik weet niet hoe ik zal reageren als het zover is. Zal ik dit ook zo durven of wil ik helemaal niet? Wil ik niet loslaten, missen wat er allemaal nog komen gaat. Al die mensen die mij zo dierbaar zijn, achterlaten, verliezen, nooit meer zien? Ben ik alleen maar heel bang, bang voor de pijn, voor die laatste grote, onbekende stap?
Bemoedigend
En toch… de gesprekken met de mensen die het durven bemoedigen mij. Zij hebben vaak het vermogen om open over de dood te praten. Om het onderwerp niet te vermijden, maar er onbevangen over te spreken. Daarin helpen zij mij, de achterblijver. Maken ze het mij gemakkelijker. In de eerste plaats makkelijker om hen los te laten, te laten gaan. Maar ook om zelf die dood in het gezicht te zien. Die gesprekken zijn als het ware ook gestold in de verhalen die wij elkaar vertellen, in de beelden die we uit onze religieuze traditie hebben meegekregen. Een diep gevoel van vertrouwen, dat we ons gedragen mogen weten, ook in die allerlaatste overgang. Dat de Eeuwige niet laat varen wat zijn hand begon, ook in de dood niet.
