24 september 2026

Op (school)reis naar Nijvel, naar Sint Gertrudis

Geschreven door Doorle Offerhaus

Afgelopen zaterdag togen 35 Geertekerkers naar Nivelles/Nijvel in Wallonië. De patroonheilige van onze kerk, Sint Gertrudis van Nijvel, was de eerste abdis van het klooster dat haar moeder daar hadden opgericht. Het was een heerlijke ervaring, samen op pad alsof we weer op schoolreisje gingen. Op tijd bij de bus, het uitdelen van de lunchpakketten, een bloemstuk mee om onze patroonheilige Geerte te groeten. Na aankomst samen in twee groepen op excursie in de kerk met een uitgebreide rondleiding.

De kerk heeft ettelijk gedaantes gehad. Heel bijzonder is dat onder de vloer van het middenschip fundamenten en andere resten van eerdere kerkgebouwen zijn blootgelegd. Ze waren ontdekt na een groot Duits bombardement op 14 mei 1940. Zo is de locatie van de schrijn met haar overblijfselen voor bijna de gehele periode vanaf haar overlijden te reconstrueren. Over de verschillende gedaantes van de schrijn zelf kwamen we ook veel meer te weten, een gotische zilveren, een houten noodschrijn na het bombardement en een gloednieuwe uit roestvrijstaal.

De stad Nivelles is pas ontstaan door de stichting van de abdij. De schrijn van Gertrudis had eindeloze stromen van pelgrims aangetrokken. De gids vertelde hoe de crypta was verbouwd zodat de stroom pelgrims aan de Noordkant kon binnentreden en aan de Zuidkant weer de crypta kon verlaten – het deed denken aan de TikTok-rijen van tegenwoordig! Ze waren in die vroege tijden al zo talrijk, die pelgrims, dat ze de kerk zelf niet in mochten; dan had er geen dienst meer gehouden kunnen worden.

In de bus terug merkten medereizigers op dat we eigenlijk vooral de plek hadden bezocht. De redenen van de komst van al die pelgrims, haar patronaten, waren amper ter sprake gekomen. Aanvankelijk was Gertrudis een dynastiek symbool van de Pepiniden, de voorouders van de Karolingische dynastie. Later werd ze de patrones van armen en weduwen, van herbergiers, van pelgrims, reizigers en weggebruikers; en van tuin- en veldvruchten. De verering onder reizigers en pelgrims zie je terug in een spoor dat via Noord-Duitsland tot in de Baltische staten voert.

Als je in Nijvel bent dan voel je vooral dus de continuïteit van de verering. Dat zette ons toch aan het denken. Zo’n plek levert kennelijk vooral de ‘stabilitas’, de stevigheid. Het gebouw, de schrijn, het stadje eromheen: ze zijn geduldig. Ze leveren het schildersdoek. Elke tijd vult dat witte vlak weer anders in met de verering en de patronages die dan relevant zijn. Zo ontstaat een samenspel tussen het kader, de stevigheid, de standvastigheid enerzijds en de beweging, het vloeien, het veranderen anderzijds. Als je er op gaat letten kan je dat beeld misschien op meer plekken of in meer situaties herkennen?

Gerelateerd