Zoeken naar God
Geschreven door Fons KlaaseKortgeleden had ik een heel kleine, maar mooie ervaring in het zwembad tijdens het banenzwemmen. Een vrouw zwemt op haar rug vlak voor mij. Regelmatig raak ik geïrriteerd, als iemand vlak voor mij zwemt, mij in de weg zit en mij belemmert om lekker door te zwemmen. Althans, zo ervaar ik dat dan. Die ander weet waarschijnlijk van niets, is vermoedelijk de onschuld zelve, maar ík word van binnen korzelig en stug. Op zo’n moment vind ik mezelf onuitstaanbaar.
Korzeligheid, vriendelijkheid
Wonderwel gebeurt me dat nú niet! Nú kan ik het wel vriendelijk gelaten toelaten. Ik besef echter dat ik me hier weliswaar voor openstel, maar dat ik dit niet zelf bewerkstellig. Ik beschouw het als een vorm van genade. Het overkomt mij, het komt over mij.
De hemel eventjes op aarde
Aan het eind van het bad stopt zij om mij door te laten. Ik stop ook en zeg op luchtige toon tegen haar dat er genoeg ruimte is. Ik zie haar gezicht opklaren en blij worden. Zij zwemt verder. Misschien een beetje overdreven gezegd, maar zoiets vind ik een klein wondertje! Het doet haar deugd en mij ook. Je zou kunnen zeggen: “Op dat moment is God even aanwezig.” Misschien moeten we God niet zozeer in het grote, maar veeleer in het kleine zoeken. Je zou misschien ook kunnen zeggen dat wij beiden in het zwembad kortstondig eventjes in de hemel zijn. Niet als een voorproefje op de échte hemel aan gene zijde, maar als de échte hemel aan deze zijde, op aarde.
Kijken met een psychologische bril
Als ik deze gebeurtenis zou bekijken vanuit een psychologische bril, dan zou ik mezelf kunnen afvragen waar dat gebruikelijke gemopper, die korzeligheid en stugheid van mij vandaan komen. Ben ik zo onzeker over mezelf dat ik heel snel het gevoel heb dat ‘de wereld’ mij aan het dwarsbomen is? En komt dat misschien doordat ik te weinig erkenning heb gehad in mijn leven, met name in mijn kindertijd? Eerlijk gezegd heb ik geen idee. Dit zijn, denk ik, in zijn algemeenheid nuttige vragen, maar ik wil het nu graag anders aanpakken.
Kijken met een hermeneutische bril
De vraag die ik mijzelf stel, is niet zozeer psychologisch, maar meer hermeneutisch van aard. Dat wil zeggen, wat betekent deze ervaring voor mezelf, voor de manier waarop ik in het leven sta of misschien beter, waarop ik in het leven wil staan. Niet zozeer: wie ben ik? Maar veeleer: wie wil ik zijn? Het gaat hier om een opdracht die ik mijzelf stel.
Godzoekers
De monnik Anselm Grün zegt aan het begin van zijn boek God ervaren: ‘De monnik is niet iemand die God al gevonden heeft, maar een mens die Hem zijn hele leven lang zoekt.’ (p.15)
In zekere zin beschouw ik mijzelf ook als een Godzoeker. Dat betekent niet dat ik nu het klooster induik, maar het verklaart wel de verwantschap die ik al heel lang voel met monniken. En zoals monniken hun hele leven zoeken naar God (een opdracht), zo kan ik besluiten om de rest van mijn leven te zoeken naar meer mildheid, geduld, barmhartigheid (een opdracht). En ik ga ervanuit dat dit zoeken mijn hele leven door zal gaan.
