Archeologie van de toekomst
Geschreven door Liesbeth OrthelEen vrouw vraagt: “Doe je mee? Ik beloof je, je wordt er niet vuil van. Ik heb nog één iemand nodig.” Ik kijk naar de anderen die meedoen. Er staan vijf mensen een beetje onzeker te giechelen. Vooruit, denk ik, waarom ook niet. Ik zeg dat ik meedoe en voeg me bij de anderen. We worden rondom een soort zandbak neergezet. De vrouw zegt dat we archeologen zijn en ze deelt witte laboratoriumjassen uit. We krijgen ook een schepje, kwast en troffel om mee te werken.
Op reis naar 2126
Let op, jullie gaan tijd reizen en komen uit in het jaar 2126. Daar ga je meehelpen aan een opgraving. Ga maar aan de slag. We kijken elkaar een beetje verlegen lachend aan. Vervolgens begint de eerste te graven in de zandbak. De anderen volgen. Al snel is iedereen bloedserieus aan het werk. O, ik heb wat gevonden, roept iemand. Hij houdt een legosteentje omhoog. Er komen meer vondsten: een plastic lepeltje, een koe, een rietje, een pen. Ik heb zelf nog steeds niets gevonden in mijn hoekje. Hé, daar voel ik wat. Voorzichtig maak ik het voorwerp vrij uit het zand: een kip (ik herken het van vroeger als een van de boerderijbeesten) en later nog een liniaal! Ik ben blij met mijn vondsten.
Plastic vergaat niet

We komen weer terug in onze eigen tijd. We laten aan elkaar zien wat we gevonden hebben. Wat valt jullie op, vraagt de vrouw. Tja, alles is van plastic. Dat is iets om over na te denken. Het vergaat niet. Dat is de moraal van het verhaal, we mogen vertrekken. We doen de laboratoriumjas uit. We mogen onze gevonden voorwerpen meenemen. Dat voelt ongemakkelijk. Je hebt het niet nodig en het is eigenlijk een prul. De meeste mensen laten het dan ook achter. Wie weet, voor de volgende opgraving. Een beetje schutterig lopen we allemaal weg.
