Goede Vrijdag online viering – kruisweg en muziek Jyrki Linjama

Goede Vrijdag online viering – kruisweg en muziek Jyrki Linjama
Datum 2 april 2021
Tijd 19:30 uur
Locatie Geertekerk
  • Voorgangers: Tina Geels en Marthe de Vries
  • Muziek: Ere Lievonen speelt Via Crucis van Jyrki Linjama (première!)
  • Muzikale leiding: Maarten van der Bijl
  • Zang: Maarten van der Bijl, Jan Douwes, Erks jan Dekker
  • Beeld: staties gemaakt door leden en vrienden van de Geertekerk

Goede Vrijdag: Via Crucis (kruisweg)

‘Wij gaan naar Jeruzalem’: met deze woorden, die klinken als een van de pelgrimspsalmen, gaan wij Goede Vrjidag in: de laatste gang van Jezus vanaf zijn terechtstelling door Pilatus tot Golgotha.  Oude woorden en beelden begeleiden die weg en hebben gemeenteleden geïnspireerd tot het schilderen van de bijbehorende staties.

‘Wij gaan naar Jeruzalem’: het is het lied dat de Finse componist Jyrki Linjama heeft verweven in alle staties van zijn muzikale kruisweg, de Via Crucis (2019). Zijn muziek, uitgevoerd door Ere Lievonen op orgel zal ons deze vrijdag leiden. De verbindende (bijbel) teksten worden gesproken door ds. Tina Geels en ds. Marthe de Vries.

Via Crucis in klank – over de muziek

Op Goede Vrijdag staan we ook muzikaal stil bij de Via Crucis. Met een gloednieuwe versie van de Finse componist Jyrki Linjama (1962), op orgel gespeeld door Ere Lievonen. Het is muziek die aan het denken zet. Net zoals schilderijen over het lijden soms grimmig of donker kunnen zijn, soms zelfs een beetje lelijk, is deze muziek niet altijd ‘easy listening’. Wij hebben vaak wel ideeën over hoe kunst mag zijn. Bij film kunnen we goed omgaan met lelijkheid, de schaduwkanten van relaties of de menselijke geest. Bij schilderkunst gaat het ook nog. Bij kookkunst is het anders, het moet vooral lekker zijn en er mooi uitzien! Hoe is dat voor muziek? Is het enige criterium of het mooi is? Of we er iets mee kunnen? Of mag muziek de grenzen van de harmonie opzoeken en overschrijden? Bach vroeg zich dat ook nooit af. Wij zijn daar aan gewend geraakt, voor ons is Bach vaak louter mooi. Ik ben benieuwd wat u van Linjama vindt. Het kan verrassend harmonieus zijn, maar vraagt wellicht een wat grotere luisterinspanning. Linjama zelf schreef een toelichting op het stuk en de achtergrond daarbij. Ere Lievonen vertaalde het.
Maarten van der Bijl

Via crucis, veertien meditaties voor orgel

Eén van mijn meest memorabele muzikale belevenissen dateert van enkele jaren geleden, toen ik Via crucis van Franz Liszt in een concert hoorde. Een gespannen, maar vruchtbare relatie tussen kunst en de christelijke traditie is al lang een belangrijk deel van de Westerse cultuur. Voor mijn gevoel hebben ze zelden zo sterk met elkaar samengehangen als in dit concert. De muziek is als een deur waardoor je binnenstapt in een werkelijkheid van smart: een wereld vol vreemdheid, grijsheid, stilte. En die precies daarom zo belangrijk is: zalig zijn de armen, de treurenden, de zachtmoedigen ….

Ziet, wij gaan op naar Jeruzalem

Toen ik dit zo had beleefd, wilde ik mijn eigen grootschalige toepassing van het genre maken. In 2019 heb ik toen Via crucis, veertien meditaties voor orgel gecomponeerd. Het werk werd in 2020 in de veertigdagentijd in drie kerken uitgevoerd in kruiswegdiensten. En wel zo dat bij iedere statie eerst Bijbelteksten gelezen worden, dan volgt de orgelmeditatie en daarna een gebed.

Bij de dienst hoort een kerklied, ‘Ziet, wij gaan op naar Jeruzalem’. De gemeente zingt dit in het begin en aan het eind. Daarvoor schreef ik een nieuwe begeleiding. [Het is van oorsprong een Zweeds lied voor de veertigdagentijd, ook in de Finse kerken bekend. Met Hein Stufkens maakte ik de Nederlandse vertaling. EL]. Dit lied vormt ook de cantus firmus. Dit lied komt in verschillende gedaanten voor als muzikaal materiaal bij iedere statie.

Het mysterie aftasten dat ons bestaan draagt

Hoe kan muziek het mysterie aftasten dat ons bestaan draagt – dat God, de uiterste goedheid, zich bloot stelt aan de ergste wreedheid van de mensen? Hoe kan een componist hierop reageren? Eén invalshoek is het ontwikkelen van crises. Bij de eerste statie -Jezus wordt veroordeeld- groeien de frases van het lied vanuit eenstemmigheid tot steeds dikkere akkoorden, in de derde frase tot aan een 12-tonig akkoord. Intussen gaat de melodielijn ergens in een middenstem verloren. Bij het begin van de tweede statie -het aannemen van het kruis- vliegen de eerste melodienoten op in een rijkelijk en helder gebaar. Als het gebaar zich herhaalt, worden de vogelvleugels afgebroken, steeds grondiger: de muziek wordt trager, donkerder, verstart. Een vergelijkbare crisis ontstaat ook in een later deel van het werk, als Jezus zijn kleren worden afgenomen.

Strompelen en treuren

Een tweede invalshoek is het nachtmerrieachtige blijven steken, als Jezus tot driemaal toe valt en bij de kruisiging: hetzelfde motief herhaalt zich, soms wat strompelend – een toestand die geen voortgang boekt en waarin geen uitgang te vinden is.

Een derde route zijn natuurlijk de traditionele lamentoso-topoi: chromatisch dalende of vallende muzikale gebaren, een treurmars, of de apocalyptische tonen bij de dochters van Jeruzalem. Bij de muziek van Simon van Cyrene is de treurmars niet meer heroïsch, maar Jezus wordt hoe dan ook gevolgd, door een canon.

Tederheid en licht

Er is ook tegenwicht nodig: tederheid, ten minste een glimp van licht. De opvliegende vogel bij het begin van de tweede statie komt tweemaal terug. Eerst als zacht getjilp bij de statie van Veronica, daarna bij de graflegging, als een paradijsachtige nachtvogel in de koele tuin.

De tegenkracht van tederheid hoort bij de vrouwen. Het spiegelbeeld speelt een rol bij Veronica’s statie; en de metriek is driedelig op dezelfde soepele manier als bij de ontmoeting van Jezus met zijn moeder. De staties hebben de subtiele details en de polyfonie gemeen. De precisie van een kloppend hart, te midden van de muziek van crisis en nachtmerrie. Zelfs bij de rouwplechtigheid behouden deze vrouwen hun waardigheid.

Stilte

De muziek in veertien delen duurt bijna een half uur. Dat vraagt om een grootse en rijke finale. Te midden van nachtvogels en chromatisch dalende lijnen, dringt ook de felste lichtstraal van het hele werk door. Net voor het einde stijgt de baslijn, de begintonen van de liedmelodie worden fanfareachtig, en de harmonie opent zich tot een groot kwintakkoord. Deze wending wordt door een pauze afgebroken, gevolgd door een stil, vervagend slot.

Na het componeren van dit werk vroeg ik me af: als het kruiswegverhaal ons niet stil maakt, wat zou het dan doen? En wat is een natuurlijker uitgangspunt voor muziek dan een sfeer van smart en stilte?

Jyrki Linjama, vertaald en verkort door Ere Lievonen

 

Agenda